blog
Goddelijke restjes

Goddelijke restjes

“Neemt en eet,” zeg ik tegen een juf op het Kinderfeest op de school. Het feest is een soort spelletjesochtend (lekker even niet rekenen) waar kinderen tussen het spelen door tijdens een pauze cakejes en limonade krijgen. En er zijn cakejes over. “Dat Neemt en Eet zeiden ze vroeger in de kerk ook,” antwoordt de juf, wat klopt. Ik zie meteen kerkgangers voor me en een pastoor die ze toespreekt alvorens ze ter communie gaan: “Neemt en eet hiervan gij allen, want dit is het lichaam van Christus.” 


Die tekst hoorde je in elk geval in de katholieke kerken waar mijn vader en moeder me mee naartoe sleepten (echt leuk was het niet, rekenen was leuker). Wat precies genomen en gegeten diende te worden, was een hostie, een klein rond stukje wit ongesuikerd snoeppapier, wat het brood voorstelde dat Jezus bij het laatste Avondmaal aan zijn discipelen gaf.
Daarna moest ik denken aan de anarchistische dominee Ferdinand Domela Nieuwenhuis, die in een preek een keer een oproep aan gelovigen deed te nemen en te eten zonder te betalen. Veel arbeidersgezinnen leefden in die tijd, het begin van de industriële revolutie, in bittere armoede. Hun loon was ondanks het lange en harde werken te laag voor een fatsoenlijk bestaan. En wie geen baan had crepeerde. En het erge was dat er gewoon voedsel genoeg was, maar dat ‘de’ kapitalisten de overvloed weggooiden of doordraaiden om de prijzen van aardappels of appels op peil te houden. Daarom zei Nieuwenhuis: pak het gewoon!

Arbeiders en het kapitalisme, ze hebben het allebei overleefd, al zijn beiden niet meer dezelfde als vroeger. Vandaag de dag produceert de economie nog veel en veel meer overvloed. Maar die draaien we tegenwoordig zélf door. Ik schatte altijd in dat de consument van nu een kwart van wat hij inkoopt, weggooit. Maar het bleek na onderzoek nog veel erger te zijn: de helft van het voedsel dat we kopen verdwijnt in de vuilnisbak. Ook wordt ongeveer de helft van wat vissers naar boven halen, dood of halfdood terug de zee in gekieperd. Een misselijkmakende verspilling.

Wat te doen? Nou ja, laten we het bij onszelf houden, consumenten. En laten we iets meer doen dan de houdbaarheidsdatum oprekken. Heeft iemand wel eens zelf kroketten gemaakt? Een kroket is een oude manier om restjes vlees, of kip of whatever van een tweede leven te voorzien. Je maakt eerst een smaakvolle salpicon (een dikke ragout), laat die afkoelen, neemt er kroketvormpjes uit en haalt die door licht opgeklopt eiwit. En dan komt het.... Ergens in je broodtrommel ligt een oud stuk stokbrood. Stokbrood moet je nooit weggooien! Het gaat namelijk niet schimmelen. Die oude stukken stokbrood haal je door de magimix of je slaat er met een hamer op nadat je het brood in een handdoek hebt gewikkeld. Je krijgt dan zelfgemaakt paneermeel, die de kroket van een goddelijke laag en smaak voorziet, ook al ligt je stokbrood al twee maanden in de broodtrommel te wachten. Wie geïndustrialiseerde paneermeel koopt is wat mij betreft een dubbele sukkel.

Zo zijn er op heel de wereld erg veel recepten die restjes voedsel een nieuw leven inblazen. Nasi goreng is er zo een, loempia’s en empanadas anderen. De Indiase keuken spant misschien wel de kroon op dit terrein met een ontelbare hoeveelheid fantastische chutneys. Waarom niet een kookboek maken met de lekkerste restjesrecepten ter wereld? Interview daarvoor natuurlijk ook een aantal internationale topchefs. Want denk niet dat die ooit iets weggooien. 
Trouwens, van de overgebleven eidooier maak je natuurlijk een heerlijk zoetzure mosterdmayonaise, van restjes mosterd, azijn, suiker, zout, zwarte peper en zonnebloemolie. Die laatste wel vers.

Kom op, maak dat boek!